Kruimelpad
- Een betere leefomgeving in de IJmond
- Digitaal loket
- Weigeringsgronden
Toepassing weigeringsgronden
Als er sprake is van een verzoek om milieu-informatie, moet u zich ervan bewust zijn dat specifieke weigeringsgronden van toepassing zijn (art. 10 en 11 Wob) en dat emissiegegevens een bijzondere positie hebben.
Voor zowel de milieu-informatie als voor de niet milieu-informatie blijven de eenheid van de Kroon (art. 10, lid 1, onder a Wob) en de veiligheid van de Staat (art. 10, lid 1, onder b Wob) als absolute weigeringsgronden bestaan. Informatieverzoeken met betrekking tot die aangelegenheden worden in alle gevallen geweigerd. In de overige gevallen worden de weigeringsgronden gerelativeerd, hetgeen betekent dat er een afweging plaats vindt tussen het belang van de verzoeker (openbaarheid milieu-informatie) en het belang van degene die zijn informatie vertrouwelijk aan de overheid heeft meegedeeld. Daarbij is de openbaarheid van milieu-informatie het uitgangspunt (art. 2 Wob). De openbaarheid van emissiegegevens is overigens in het bijzonder gewaarborgd.
Materiële bepalingen: de uitzonderingsgronden
In art. 2 Wob wordt expliciet bepaald dat openbaarheid van informatie het uitgangspunt is. De in artikel 10 Wob genoemde uitzonderingsgronden moeten restrictief worden toegepast. Dit is al vaste jurisprudentie. Meer specifiek kan het volgende worden opgemerkt.
• Relativering weigeringsgrond ‘bedrijfs- en fabricagegegevens’ (art. 10, lid 1, onder c, Wob).
Dit betekent dat het bestuursorgaan bij haar beslissing op een verzoek om vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens openbaar te maken, voorzover daarin milieu-informatie is vervat, een actieve afweging moet maken tussen het belang van de vertrouwelijkheid van die gegevens enerzijds en het belang van vrije toegang tot die informatie anderzijds (art. 10, lid 4, sub b Wob). Het feit dat een belangenafweging moet worden verricht, betekent overigens nog niet dat de informatie vervolgens ook verstrekt moet worden. Dit hangt af van de uitkomst van de belangenafweging. Weigering is mogelijk indien openbaarmaking afbreuk zou doen aan vertrouwelijk verstrekte commerciële en industriële informatie. Het enkele feit dat bepaalde bedrijfs- en fabricagegegevens milieu-informatie bevatten en daarmee niet langer onder een absolute maar onder een relatieve weigeringsgrond vallen, zegt nog niets over het resultaat van de belangenafweging. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak uit 1999 (ABRvS d.d. 15 juli 1999, H.01.98.1533,) ging het om rapporten, opgesteld in het kader van onderhandelingen tussen een gemeente en een zandwinningsbedrijf over ontgrondingswerkzaamheden. Volgens de Afdeling kunnen ook gedetailleerde, goeddeels op toekomstige exploitatie toegesneden studies betreffende de commerciële haalbaarheid van op te richten bedrijven bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Openbaarmaking van de gevraagde gegevens was op grond van de geldende absolute uitzonderingsgrond terecht geweigerd. Onder het nieuwe regime zouden deze gegevens zijn te beschouwen als milieu-informatie. Het gaat hier immers om economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in milieubesluitvorming (zie hoofdstuk 3). Volgens art. 10, lid 4 Wob moet dan een belangenafweging worden gemaakt. Die weging kan als resultaat hebben dat de betreffende informatie moet worden verstrekt.
• Emissiegegevens
Bij het toepassen van art. 10 Wob op milieu-informatie moet het bestuursorgaan nagaan of de betreffende informatie betrekking heeft op emissies in het milieu (art. 10, lid 8 Wob). In het kader van de door het bestuursorgaan te verrichten weging betekent dit dat informatie over emissies in beginsel openbaar dient te worden gemaakt, tenzij sprake is van zwaarwegende belangen die zich tegen openbaarmaking hiervan verzetten. Bij de volgende uitzonderingsgronden is de openbaarheid van emissiegegevens gegarandeerd (art.10, lid 4, sub a Wob):
- bedrijfs- en fabricagegegevens (art. 10, lid 1, sub c);
- vertrouwelijkheid van persoonsgegevens (art. 10, lid 1, sub d);
- de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (art. 10, lid 2, sub e);
- de bescherming van het milieu (art. 10, lid 7, sub a).
Emissiegegevens vallen volgens het huidige recht onder bedrijfs- en fabricagegegevens indien en voorzover uit die gegevens wetenswaardigheden kunnen worden gelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces. Dit kan het geval zijn bij gegevens over emissies van luchtverontreinigende stoffen, waaruit soms informatie over de gehanteerde technische bedrijfsvoering of het productieproces is af te leiden. Bij geuremissies bijvoorbeeld is dat verband minder goed te leggen. Voorzover emissiegegevens geen bedrijfs- en fabricagegegevens zijn, zijn ze reeds om die reden openbaar. De enige andere in aanmerking komende uitzonderingsgrond (voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen of rechtspersonen, art. 10, lid 2, sub g) is namelijk niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie.
Daarnaast worden in art.10, lid 7 Wob de volgende specifieke, alleen voor milieu-informatie geldende uitzonderingsgronden opgenomen:
• Bescherming van het milieu.
Het bestuursorgaan kan mogelijke schade aan het milieu betrekken in haar afweging om milieu-informatie wel of niet openbaar te maken. Deze grond kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de precieze locatie van het voortplantingsgebied van een bedreigde diersoort niet openbaar te maken. De huidige Wob kent een vergelijkbare grond die echter (onbedoeld) een beperkte reikwijdte heeft.
• Beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
Deze reeds in de Wm en de Wet zware rampen en ongevallen aanwezige uitzonderingsgrond wordt veralgemeniseerd (art. 10, lid 7, sub b Wob). Dit is dus een nieuwe uitzonderingsgrond. De exacte locatie van een opslagtank met gevaarlijke stoffen zou op deze grond niet openbaar behoeven te worden gemaakt.
Overige uitzonderingsgronden
• Persoonlijke beleidsopvattingen.
De milieu-informatie kan worden geweigerd als het informatie is uit documenten ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen aanwezig zijn.
Deze weigeringsgrond vergt een afweging tussen het belang van openbaarmaking enerzijds en de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen anderzijds die opgenomen zijn in documenten ten behoeve van intern beraad (art. 11 Wob). Indien het eerste belang zwaarder weegt, wordt de informatie, ontdaan van de persoonlijke beleidsopvattingen, verstrekt. Deze weigeringsgrond wordt aangepast op basis van het verdrag: de belangenafweging ontbrak in de Wob.
• Eerbiediging persoonlijke levenssfeer
Nieuw wordt dat de betrokkene afstand kan doen van de bescherming die de Wet bescherming persoonsgegevens biedt (art.10, lid 3). In dat geval is openbaar maken geen probleem. In de andere gevallen blijft een afweging vereist tussen het belang van openbaarheid van milieu-informatie en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
• Splitsen van informatie.
Gezien het uitgangspunt van openbaarheid van informatie, moet het bestuursorgaan, bij toepassing van een uitzonderingsgrond, een zo groot mogelijk gedeelte van de informatie waarom is verzocht, verstrekken. Dit volgt uit het begrip ‘voorzover’ in art. 10, leden 1, 2 en 7 Wob. In de praktijk betekent dit dat de informatie die niet openbaar wordt gemaakt, uit (de kopie van) het document wordt verwijderd. De wetsvoorstellen brengen op dit punt geen wijzigingen.
De volgende nu ook al geldende uitzonderingsgronden blijven gewoon bestaan:
- Betrekkingen van Nederland met andere staten en internationale organisaties (art. 10, lid 2, onder a Wob).;
- Economische of financiële belangen van de Staat en andere publiekrechtelijke lichamen voor zover het handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter (art. 10, lid 2, onder b en lid 5 Wob);
- Opsporing en vervolging van strafbare feiten (art.10, lid 2, onder c Wob);
- Inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen (art.10, lid 2, onder d Wob);
- Belang dat geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie (art.10, lid 2 onder f Wob).